Inhoud
  1. 0Hoe het samenhangt
  2. 1Het project aanmaken
  3. 2Componenten onboarden
  4. 3Datapuntlijsten indexeren (voor GBS)
  5. 4Data verkennen
  6. 5De Link installeren
  7. 6Netwerkinstellingen
  8. 7Bekabelde verbinding met installatiecomponenten
  9. 8Onboarding op locatie
  10. 9Optimize
  11. 10Het platform gebruiken
Hoofdstuk 6 · Netwerkinstellingen

Het Link-installatienetwerk gebruiken

Het Link-netwerk gebruikt IP-adressen in het bereik 10.1.X.X (CIDR-notatie: 10.1.0.0/16). De Link zelf heeft het vaste IP-adres 10.1.0.1. Zorg bij installatiecomponenten met een instelbaar (statisch) IP-adres dat ze een uniek IP-adres in dit bereik hebben (beginnend met 10.1.) en subnetmasker 255.255.0.0. Installatiecomponenten die een dynamisch IP-adres krijgen (via DHCP) kunnen worden toegevoegd zonder een IP-adres in te stellen.

Sommige installatiecomponenten houden een whitelist bij van apparaten waarmee ze mogen communiceren. Moet de Link aan de whitelist worden toegevoegd, gebruik dan zijn IP-adres: 10.1.0.1.