Inhoud
  1. 0Hoe het samenhangt
  2. 1Het project aanmaken
  3. 2Componenten onboarden
  4. 3Datapuntlijsten indexeren (voor GBS)
  5. 4Data verkennen
  6. 5De Link installeren
  7. 6Netwerkinstellingen
  8. 7Bekabelde verbinding met installatiecomponenten
  9. 8Onboarding op locatie
  10. 9Optimize
  11. 10Het platform gebruiken
Hoofdstuk 6 · Netwerkinstellingen

Bekabeld internet met Link-installatienetwerk

Internetverbinding

De Link is met internet verbonden via een bekabelde verbinding die op locatie beschikbaar is. Ethernetpoort ETH1 wordt gebruikt om de Link te koppelen aan het netwerk dat internet levert.

Lokaal installatienetwerk

De Link werkt als router. Ethernetpoort ETH2 wordt gebruikt om installatiecomponenten aan het netwerk toe te voegen. Het netwerk kan waar nodig worden uitgebreid met netwerkswitches of draadloze accesspoints. Zie Het Link-installatienetwerk gebruiken voor meer details.

IP-instellingen installatiecomponenten

IP-adres (bereik)10.1.X.X
Subnetmasker255.255.0.0

IP-instellingen Link

De volgende vaste IP-instellingen worden gebruikt.

IP-adres10.1.0.1
Subnetmasker255.255.0.0

Voeg geen extra router toe aan het Link-netwerk. Dat kan het netwerk instabiel maken, waardoor apparaten onbereikbaar worden voor de Link.