Inhoud
  1. 0Hoe het samenhangt
  2. 1Het project aanmaken
  3. 2Componenten onboarden
  4. 3Datapuntlijsten indexeren (voor GBS)
  5. 4Data verkennen
  6. 5De Link installeren
  7. 6Netwerkinstellingen
  8. 7Bekabelde verbinding met installatiecomponenten
  9. 8Onboarding op locatie
  10. 9Optimize
  11. 10Het platform gebruiken
Hoofdstuk 7 · Bekabelde verbinding met installatiecomponenten

Bekabeling van het installatienetwerk

Zo maak je verbinding met installatiecomponenten:

  1. Controleer welke ethernetpoorten beschikbaar zijn op de Link voor de gekozen configuratie, zie Netwerkinstellingen.

  2. Voeg zo nodig een switch toe. Zijn er te weinig ethernetpoorten op de Link beschikbaar, sluit dan een netwerkswitch aan op een van de actieve poorten.

  3. Gebruik een afgeschermde CAT-6-ethernetkabel per installatiecomponent. Zorg dat de kabel niet langer is dan 10 meter.

  4. Sluit de kabel aan tussen het installatiecomponent en een vrije ethernetpoort op de Link (of de netwerkswitch).