Inhoud
  1. 0Hoe het samenhangt
  2. 1Het project aanmaken
  3. 2Componenten onboarden
  4. 3Datapuntlijsten indexeren (voor GBS)
  5. 4Data verkennen
  6. 5De Link installeren
  7. 6Netwerkinstellingen
  8. 7Bekabelde verbinding met installatiecomponenten
  9. 8Onboarding op locatie
  10. 9Optimize
  11. 10Het platform gebruiken
Hoofdstuk 7 · Bekabelde verbinding met installatiecomponenten

Modbus RTU-verbinding (RS485)

De Link ondersteunt communicatie met externe installatiecomponenten via het Modbus RTU-protocol. Voor een betrouwbare verbinding moeten alle apparaten in het netwerk "dezelfde taal spreken": ze moeten dezelfde communicatie-instellingen hebben.

  1. Noteer de seriële instellingen. Raadpleeg eerst de handleiding van de fabrikant van elk extern Modbus-apparaat en noteer de volgende parameters voor seriële communicatie. Deze moeten in je hele netwerk hetzelfde zijn.

    • Baudrate: de communicatiesnelheid (bijv. 9600 bps).
    • Databits: het aantal databits per teken (meestal 8).
    • Pariteit: de manier van foutcontrole (bijv. geen, even, oneven).
    • Stopbits: de bits die het einde van een teken aangeven (meestal 1).
    RS485 baud rate 9600parity oddstop bits 2baud rate 9600parity oddstop bits 2baud rate 9600parity oddstop bits 2120 Ω120 Ω

    Dezelfde instellingen op elk apparaat

    RS485 baud rate 115200parity nonestop bits 1baud rate 9600parity oddstop bits 2baud rate 38400parity evenstop bits 1120 Ω120 Ω

    Verschillende instellingen: niet toegestaan

    De Link heeft maar één RS485-poort. Vragen de eigenschappen van de installatiecomponenten om meer dan twee homogene netwerken, vanwege verschillende baudrates, dan is een extra Link nodig.

  2. Bedraad het seriële netwerk.

    RS485 120 Ω120 Ω

    In een keten, van apparaat naar apparaat

    RS485 120 Ω120 Ω

    In een ster: niet toegestaan

    De eindpunten van een RS485-netwerk moeten een weerstand van 120 ohm hebben tussen de klemmen A en B, of (+) en (−).

  3. Sluit het netwerk aan op de RS485-poort van de Link.

    Link RS485−+GNDB/−A/+GNDDeviceGNDA/+B/−

    Let op de juiste polariteit. Sluit de positieve klem A/+ aan op de positieve A/+ en de negatieve klem B/− op de negatieve B/−. Verwisselen van deze aansluitingen kan leiden tot communicatiefouten of storing van de apparatuur.