Inhoud
  1. 0Hoe het samenhangt
  2. 1Het project aanmaken
  3. 2Componenten onboarden
  4. 3Datapuntlijsten indexeren (voor GBS)
  5. 4Data verkennen
  6. 5De Link installeren
  7. 6Netwerkinstellingen
  8. 7Bekabelde verbinding met installatiecomponenten
  9. 8Onboarding op locatie
  10. 9Optimize
  11. 10Het platform gebruiken
Hoofdstuk 10 · Het platform gebruiken

Building KPI's

  1. Voeg een metric toe. Klik op Add Your First Metric of + New Metric. Het venster New Dashboard Metric verschijnt.

  2. Kies het type metric in de keuzelijst: Energy Usage, CO₂ Emissions, Energy Costs, Thermal Comfort Score, Air Quality Score, WEii Score, of een eigen type.

  3. Kies de energiedrager, als dat van toepassing is (bij energiegerelateerde metrics): Electricity, Gas of Heat.

  4. Kies het datapunt dat voor de metric gebruikt moet worden. Wordt het datapunt rechtstreeks gemeten (bijvoorbeeld een energiemeting), dan kun je het direct kiezen. Wordt de metric berekend uit andere datapunten, maak dan eerst een formule (zie Formula builder).

  5. Kies de rollup-functie.

    Rollup-functie Betekenis
    Sum De som van alle waarden in de gekozen periode
    Average Het gemiddelde van de waarden
    Avg Working Hours Het gemiddelde tijdens werkuren (ma–vr 07:30–18:00)
    Delta De laatste meting min de eerste meting
  6. Stel de eenheid in en klik op Save Metric Card.

De KPI-kaarten

Daarna zie je de KPI-kaarten, met een trendlijn over de gekozen periode. Bij de voorgedefinieerde KPI-kaarten zie je extra informatie op basis van de waarde.